9 mei 2004 Negatieven scannen
Ik heb een nieuwe verslaving opgelopen. Dat kwam zo. Ik had een programma gedownload waarmee panoramafoto’s aan elkaar gemonteerd kunnen worden. Je hebt vanaf het zelfde standpunt kort na elkaar een aantal gedeeltelijk overlappende foto’s gemaakt, en wilt die later aan elkaar plakken tot een mooi panorama. Dat lukt nooit naadloos, want er is bijna altijd verschil in belichting en vertekening aan de randen van de foto’s. Dit programma, Ulead Cool 360, bleek prachtig te werken. Het plakt de foto's inderdaad naadloos aan elkaar, en toen had ik het volgende probleem: hoe kom ik snel aan voldoende geschikte foto’s voor deze truc. Ik heb in het verleden vele panorama’s op de foto geprobeerd vast te leggen. Die zou ik uit de fotoalbums kunnen halen en op de A4-scanner leggen. Dat leek me niet zo’n succes, te meer daar de foto’s in de albums meestal al bijgesneden en aan elkaar geplakt zijn. De enige manier was terug gaan naar de negatieven en die op de harde schijf van de computer proberen te krijgen.
Een snelle zoektocht op internet leverde op, dat voor 170 Euro een negatiefscanner te krijgen zou moeten zijn. Toen ik de volgende dag in de computerwinkel de modellen en hun specificaties met elkaar vergeleek viel mijn keus toch op een wat duurder model, de PF3600 Pro, voor 440 Euro. Volgens het prijskaartje in de winkel scant hij tot een resolutie van 3600 dpi, prescans in 7 seconden, negatieven in 35 seconden. Daarmee was hij royaal de snelste van het in die winkel aanwezige aanbod. Thuisgekomen bleek op de doos te staan dat hij scant in 50 seconden. Zo’n 40% langzamer dan op het prijskaartje, maar een kniesoor die daarop let, niet waar?
Ondertussen heb ik al tamelijk veel uren met het apparaat doorgebracht. De panorama's en andere trucage foto's rollen fraai gemonteerd uit de printer tot mijn vrouw er moe van wordt. Die scantijd van 50 seconden blijkt net als bij de luchtvaarttarieven een ‘vanaf’-getal te zijn. Afhankelijk van de hoeveelheid zwart in een foto of andere factoren die ik nog niet helemaal heb kunnen doorgronden kan het scannen ook wel eens een paar minuten duren. En het is bovendien de kale scantijd. De tijd die benodigd is voor het er in draaien van de filmstrip, het kalibreren en precies bepalen van de positie van elke opname kost een veelvoud van de tijd. Bovendien moet de gebruiker met de hand per foto de helderheid, het contrast en de kleurinstellingen bepalen. Het komt er op neer, dat het verwerken van een negatiefstrookje met 5 opnamen ongeveer een kwartier kost. Een hele film duurt dus al gauw anderhalf uur. Met de ongeveer 500 kleinbeeldfilms die mijn negatiefarchief over de periode 1966-2004 omvat kan ik dus 750 uur vooruit.

Waarom denk ik dat ik die uren er inderdaad in ga steken? Het scannen van je oeroude negatieven blijkt een fascinerende ontdekkingstocht in het verleden te zijn. Foto’s van lang geleden bevatten verrassende details die je je nauwelijks meer bewust was. Een foto van een straat in mijn buurt in 1966 was gewoon een openbaring. Daar liep ik 38 jaar geleden in de zon midden in de stenige omgeving van de stad om deze foto te maken! Wat een rust, wat een ruimte, wat weinig auto’s! Je zou het hele tafereel zo er uit willen pakken en naar een open luchtmuseum brengen!