Column

door Frans Dijkstra

Een commentaar bij een recente of minder recente gebeurtenis van groot of van klein belang.
Als u wilt tegenspreken wat hier wordt beweerd, zend dan een e-mail naar de schrijver.
Klik hier als u de eerder verschenen columns wilt zien, of ga naar mijn homepage.

5 februari 2010 Onfeilbare wetenschap

 

Als ik een prijs zou moeten toekennen voor de meest naďeve minister of staatssecretaris, dan staat Jacqueline Cramer met stip bovenaan. Zij is de onthullingen over fouten in de rapporten van het VN-klimaatpanel IPCC helemaal zat en ze accepteert vanaf nu geen enkele fout meer. Ze wil de tot nu toe ontdekte fouten tot op de bodem uitgezocht hebben, en daarna wil ze weer blindelings op de wetenschap kunnen vertrouwen. Ze eist, met andere woorden, dat haar in het vervolg onfeilbare wetenschap wordt gepresenteerd, die nooit achterhaald raakt. Want anders kan zij haar miljarden kostende klimaatbeleid niet op de wetenschap baseren.

Het is jammer voor de minister, maar onfeilbare wetenschap om blindelings op te vertrouwen bestaat niet. De negentiende eeuwse bioloog Thomas Huxley (1825-1895) zei ‘scepticism is the highest of duties, blind faith the one unpardonable sin’ en daarin is sindsdien niets veranderd. Wetenschappelijke feiten bestaan alleen maar zolang zij niet door andere feiten achterhaald worden. Iedere feit en elke theorie staat altijd ter discussie en er komt nooit een moment waarop de wetenschap vast staat, zodat men kan zeggen ‘the science is settled.’ Helaas hebben de klimaatwetenschappers dit wel beweerd, en zo kon bij argeloze politici zoals mevrouw Cramer en Barack Obama het idee postvatten, dat de wetenschap een stevig fundament had gevormd, waar zij alleen nog maar wat politieke beslissingen aan hadden toe te voegen, waarna de wereld er zeker van kan zijn, dat de temperatuur in deze eeuw niet meer dan 2 graden gaat stijgen.

De klimaatwetenschappers, verenigd in het IPCC, hebben met hun uitspraak ‘the science is settled’ niet alleen de politiek een slechte dienst bewezen, maar ze hebben ook zichzelf gediskwalificeerd als wetenschappers. Door te zeggen, dat het wetenschappelijke debat over de oorzaken en de gevolgen van de opwarming van de aarde gesloten was, hebben de klimaatwetenschappers hun tak van wetenschap op een pauselijk voetstuk gezet, waar hij alleen nog maar af kon vallen. En dat gebeurt nu dus. Ongeveer iedere dag komen nieuwe fouten in het duizend pagina’s dikke IPCC-rapport van 2007 aan het licht. Op zichzelf is dat helemaal niet verwonderlijk. Het zou juist wel verwonderlijk zijn, als een rapport van 1000 pagina’s geen enkele fout bevatte. De vraag die gesteld moet worden is natuurlijk, of de fouten die nu aan het licht komen de boodschap van het rapport onderuit halen. De klimatologen zeggen ‘nee, natuurlijk niet, het zijn een paar ongelukkige details, maar de boodschap staat recht overeind: door verbranden van fossiele brandstof warmt het klimaat op, en dat wordt gevaarlijk, als we daar niet snel iets aan doen.’ Daarentegen zeggen de sceptici, en de massamedia beginnen zich aarzelend achter deze opvatting te scharen, dat als er zo snel zo veel fouten worden gevonden, er nog wel meer zullen volgen. En dat is alle aanleiding om het hele verhaal van IPCC nu eens onbevooroordeeld tegen het licht te houden.

Ik denk, dat de sceptici hier een stevig punt hebben. Want het waren niet zomaar een paar foutjes. Ze raken wel degelijk de kern van de boodschap. De ergste fout die de laatste weken opdook betreft de relatie tussen (door de mens veroorzaakte) opwarming van de aarde en de toename van rampen zoals stormen, droogte en overstromingen. De stelling, dat de opwarming het aantal rampen heeft doen toenemen, en dat vooral de arme landen hier last van hebben, heeft een cruciale rol gespeeld op de klimaatconferentie in Kopenhagen in december 2009. Omdat de arme landen last hebben van rampen die door de rijke landen zouden zijn veroorzaakt, is in Kopenhagen afgesproken een fonds van 100 miljard dollar te vormen, gevuld door de rijke landen, waaruit de arme landen schadeloos kunnen worden gesteld voor de schade die zij lijden door het klimaat.

Nu heb ik er in principe helemaal niets op tegen, dat de rijke landen een fonds van 100 miljard dollar vormen om de arme landen te helpen. Dat heet ontwikkelingshulp, en dat doet Nederland al in ruime mate (althans, Nederland draagt 0,7% van het BBP bij, en in vergelijking met andere landen is dat ‘veel’). Over de vraag of ontwikkelingshulp effectief is, en wat de optimale vorm en omvang is, bestaat veel verschil van mening, maar ik acht mij niet bevoegd aan dat debat iets bij te dragen.

Het probleem met dit fonds van 100 miljard dollar is alleen, dat het uitgangspunt fout is: er is geen relatie tussen opwarming en natuurrampen. De passages in het IPCC-rapport van 2007 waarin dit wordt beweerd berusten op een ongepubliceerd rapport van Robert Muir-Wood, een Britse adviseur over de risico’s van rampen. Toen dat rapport in 2008 verscheen, stond er het tegendeel van wat IPCC in zijn rapport had geschreven, namelijk: ‘we vinden onvoldoende bewijs om een statistische relatie te claimen tussen de wereldtemperatuur en verliezen door rampen.’ Het IPCC wist dat, maar heeft op de klimaatconferentie in Kopenhagen geen enkele poging gedaan om het foute beeld te corrigeren. En zo konden diverse ontwikkelingslanden onweersproken met de beschuldigende vinger naar rijke landen wijzen.

Tot zover over de gevolgen van klimaatverandering. Ook het antwoord op de vraag hoe sterk het klimaat verandert staat op losse schroeven. Wat in klimaatsceptische kringen al lang bekend was, bereikte deze week ook de massamedia: het aantal meetstations, dat de opwarming van de aarde bijhoudt is de laatste 30 jaar enorm verminderd. Duizenden meetstations in koude streken zijn in die periode gesloten. De metingen van deze stations zijn vervangen door statistische berekeningen op grond van de metingen van naburige stations. ‘Naburig’ is niet al te letterlijk op te vatten: het kan gaan om stations die duizenden kilometers verderop liggen. Er wordt bijzonder geheimzinnig gedaan over de manier waarop de gemiddelde wereldtemperatuur wordt berekend uit al die individuele stationsmetingen en vervangende statistieken. Het is voor onafhankelijke onderzoekers niet mogelijk de berekeningen te controleren. Wel kunnen onafhankelijke onderzoekers de plaatselijke omstandigheden controleren van de meetstations, en nagaan in hoeverre de situatie bij die stations kan zijn veranderd. De Amerikaanse meteoroloog Anthony Watts heeft dat gedaan. Zijn conclusie is, dat de meetreeksen een vertekening bevatten, die er toe leidt, dat hogere gemiddelde wereldtemperaturen worden berekend. Deze mening wordt ondersteund door het feit, dat uit satellietmetingen voor de laatste 30 jaar geen opwarming van de aarde kan worden geconstateerd.

 

Het is jammer voor mevrouw Cramer, maar foutloze wetenschap heeft nooit bestaan, en zal ook nooit bestaan. Er zullen de komende maanden nog wel meer fouten in het IPCC-rapport aan het licht komen. Klimaatsceptici kennen er vele, die tot dusver in de massamedia niet veel publiciteit hebben gekregen. Ik geef daarvan op deze plaats geen uitputtend overzicht. Daar zijn andere kanalen voor, en misschien verschijnt er nog wel eens boek van mijn hand waarin de mythen en de verzwegen feiten over klimaatverandering behandeld worden. Eén fout in het IPCC-rapport wil ik hier al vast noemen. Dat betreft de vraag of klimaatverandering door mensen veroorzaakt is. Volgens het IPCC is dat ‘very likely.’ Vertaald zou dat betekenen ‘zeer waarschijnlijk’ maar dat is geen goede vertaling van het IPCC-jargon, want ze bedoelen er mee dat de kans meer dan 90% is. Normale statistici spreken pas van ‘zeer waarschijnlijk’ als er een kans is van hoogstens 1% is dat ze het mis hebben, of eventueel 5% voor statistici met een ruimer geweten. Het IPCC vindt het al zeer waarschijnlijk als er een kans is van 10% dat ze het mis hebben. Wie van de IPCC-leden zou het wagen in een vliegtuig te stappen, als de kans op een crash 10% is?

Maar hoe komt het IPCC nu aan die constatering dat de mens ‘very likely’ het klimaat heeft veranderd? Dat heeft niemand kunnen meten. Geen enkele thermometer kan het verschil waarnemen tussen opwarming door menselijke oorzaken en natuurlijke invloeden. Het bewijs van de antropogene oorzaak van de opwarming komt uit computermodellen. Men heeft computermodellen losgelaten op de metingen van de laatste eeuw. Alle factoren waarvan vermoed wordt, dat ze het klimaat kunnen beďnvloeden werden in die modellen gestopt, en de mate van opwarming werd berekend. Tot 1960 kunnen die computermodellen de opwarming verklaren uit natuurlijke factoren, maar vanaf 1960 hebben de modellen de door de mens veroorzaakte broeikasgassen nodig om de opwarming te verklaren. Dat is het enige ‘bewijs’ dat broeikasgassen voor opwarming zorgen. Een bewijs vanuit incompetentie! We hebben alles ingebouwd wat we wisten, en we kunnen geen andere oorzaak vinden dan broeikasgassen, en dus moeten die wel de oorzaak zijn.

Op zichzelf heeft deze redenering wel enige verdienste. Zolang er geen andere oorzaken worden gevonden kan deze theorie overeind worden gehouden, maar onfeilbaar is hij niet. Er zijn nu reeds twee belangrijke bezwaren in te brengen:

Deze bezwaren tegen het bewijs van het IPCC zijn wel zo sterk, dat de bewering niet is te handhaven, dat het 90% zeker is, dat de opwarmingstheorie van het IPCC juist is. Mevrouw Cramer weet dat overigens al, want ik heb haar dat al geschreven. Het is uiteraard aan haar politieke inschatting om te bepalen of zoveel onzekerheid een voldoende basis is om haar klimaatbeleid op te baseren. Het lijkt mij verstandig, dat ze hier nog eens heel goed over nadenkt.