Eclips Libië 2006
Verslag van Frans Dijkstra

 

Op 29 maart 2006 was een kleine groep van 18 Nederlanders en 1 Belg op de krater Waw en Namus in het zuiden van Libië getuige van de totale zonsverduistering. Deze plaats was gekozen vanwege de geringe klimatologische kans op bewolking (minder dan 10%) en de exotische omgeving: een enorme vulkaankrater bedekt met zwart zand.  Het was een lange reis om zover te komen. Vanaf Tripoli ging het gezelschap eerst een hele dag in twee busjes totdat na 800 km het asfalt ophield. Daarna duurde het nogmaals een volle dag in vierwielaangedreven voertuigen door zand, stof en rotsen tot op 28 maart ’s avonds een uur voor zonsondergang de krater werd bereikt.

Op de dag van de verduistering waren de weersomstandigheden perfect: volledig onbewolkt en een temperatuur van 23 graden. Er stond een harde zuidenwind. De locatie was 24° 54’ 10,1” noorderbreedte, 17° 46’ 11,4” oosterlengte, ongeveer 50 km ten westen van de centrale lijn van de eclips, maar ruim binnen de totaliteitszone, zodat we konden rekenen op 85 à 90% van de maximale duur van 4 minuten.   

 

In de luwte van de auto’s werden camera’s en telescopen opgesteld. Enkele leden van het gezelschap maakten een wandeling naar het meertje in de krater.

Om 10.56 maakte de maan het eerste contact met de zon. Om 12.10 werd Venus zichtbaar. Om 12.12 maakte ik de laatste foto van de omgeving.

De tot één procent van zijn kracht gereduceerde zon maakte nog steeds duidelijke schaduwen, scherper dan van de volle zon, maar ook nog steeds goed afgetekend op het zwarte zand. Ongeveer zo sterk moet het zonlicht op de planeet Saturnus zijn, want die staat bijna 10 maal zo ver van de zon af als de aarde, zodat het zonlicht daar 100 maal zo zwak is.    

Om 12 uur 14 minuten en 18 seconden was de zon totaal verduisterd. Ik probeerde de aanstormende slagschaduw waar te nemen, maar miste dat verschijnsel. Het was alsof het zonlicht gewoon langzaam werd uitgezet. De corona lichtte op als een heldere krans rond de donkere maan die voor de zon stond. De corona was aan de bovenkant breder dan aan de onderkant. De grootste uitbreidingen had de corona links en rechtsboven, op 1.00 uur en op 10.00 uur (als we zonneschijf zien als de wijzerplaat van een klok). Merkbare instulpingen in de coronarand waren er op 0.30, 3.00 en 9.30. De duisternis was niet totaal. Ik was in staat een video te maken van de omgeving, waarop ook de lichtende horizon goed was te zien. Sterren waren niet te zien. Wel lichtte Venus heel sterk op, net zo sterk als we hem deze dagen in het laatste uur voor zonsopkomst vanuit onze tenten hadden waargenomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verduistering duurde 3 minuten en 31 seconden. Twintig seconden voor het einde van de totaliteit constateerde ik, dat de rand van de zon aan de rechterkant weer feller begon te worden. Met enorme kracht brak de zon weer te voorschijn. In de laatste twee hier getoonde opnamen (van expeditieleider Theo Jurriëns) is te zien, dat op enkele plekken de zon door instulpingen in de rand van de maan schijnt: het zogenaamde parelsnoer.

Terwijl het gezelschap lunchte en zich opmaakte voor de terugreis naar de bewoonde wereld liep de eclips in 80 minuten af. Om 13.35 uur maakte ik nog een opname van bijna het laatste contact van de maan met de zon.

Omdat de verduistering werd waargenomen in een dode omgeving, zonder dieren of planten kon geen effect van de verduistering op de levende natuur worden waargenomen. De kippen gingen niet op stok en de bloemen vouwden zich niet dicht. Een van de expeditieleden registreerde een temperatuurdaling van 23,9° om 11.45 uur naar 20,7° om 12.19 uur. Dit is een gematigd temperatuurverloop, getemperd door de harde wind.

Hieronder volgt een compositie van foto’s van de eclips. De verduistering liep van rechts naar links. De bijbehorende tijdstippen zijn:

           13.35              12.41                12.20                  12.15                 12.09                   12.07           11.50                     10.59               7.04