VERTROUWELIJK
Aan Hare Majesteit de Koningin,
t.a.v. de Minister van Veiligheid en Justitie
kenmerk – 2011.15 bsg
Postbus 20301
2500 EH ’s-GRAVENHAGE
Ommen, 31 oktober 2011
Geachte mevrouw,
Hierbij solliciteer ik naar de functie van vice-president van de Raad van State. Als bijlage bij deze brief vindt u mijn curriculum vitae. In deze brief ga ik in op de vraag waarom ik meen over de kwaliteiten te beschikken die voor deze functie noodzakelijk zijn. Ik geef daartoe eerst een algemene beschouwing en ga daarna in op de vereisten a t/m k die in de profielschets zijn omschreven.
De vice-voorzitter van de Raad van State moet in mijn ogen een exacte wetenschapper zijn, die onafhankelijk staat ten opzichte van de politieke waan van de dag. Hij of zij moet ongevoelig zijn voor politieke hypes, en staatkundige vraagstukken op logische wijze en onbevooroordeeld kunnen reduceren tot hun essentie. Dit betekent, dat de meeste vooraanstaande economen en juristen ongeschikt zijn voor deze functie.
Eén sprekend voorbeeld lijkt mij voldoende om deze stelling te adstrueren. Op de dag waarop Lucia de Berk in 2002 voor de eerste keer tot levenslang werd veroordeeld heb ik – en veel exacte wetenschappers met mij – direct doorzien dat dit een gerechtelijke dwaling was. Er was geen enkel direct bewijs. Geen enkele getuige had iets gezien. Er was alleen een onbegrijpelijke statistische redenering en ingewikkelde indirecte bewijsconstructie. Niettemin hebben de eminente juristen van gerechtshoven en van de Hoge Raad zes jaar lang volgehouden dat de veroordeling terecht was. Toenmalig kamerlid Teeven, ook een eminent jurist, beriep zich in 2008 nog op het feit, dat veertien rechters naar deze zaak hadden gekeken, en dat het dus wel goed zou moeten zijn. Op dat moment lag er al een uitvoerig boek waarin wetenschappelijk werd aangetoond dat de veroordeling een dwaling was, en er lag een brief van honderden exacte wetenschappers waarin werd aangedrongen op spoed bij de herziening van deze zaak. Het is wrang om te moeten constateren, dat de huidige staatssecretaris van justitie, de heer Teeven, een van de laatsten was om aan te sluiten in deze rij. Als de gerechtshoven en de Hoge Raad voor minstens de helft uit exacte wetenschappers zouden bestaan, dan zou een dwaling als deze nooit hebben kunnen plaatsvinden.
Ik zou soortgelijke casuïstiek kunnen opvoeren over economisch redeneermethoden, maar laat het in deze sollicitatiebrief bij dit ene sprekende voorbeeld. De kwaliteit van de prognoses van het Centraal Planbureau zou aanzienlijk vooruitgaan als op dat bureau de helft van de economen vervangen werd door exacte wetenschappers. En zo zou ook de kwaliteit van de wetgeving en het openbaar bestuur vooruitgaan, als meer gebruik werd gemaakt van het logisch denkvermogen van exacte wetenschappers. In mijn ambtelijke loopbaan ben ik herhaaldelijk aangelopen tegen een enorm gebrek aan logisch denkvermogen bij beleidsmakers en politici. In mijn columns op internet (zie http://www.fransdijkstra.nl/) heb ik daar meermalen analyses van gepubliceerd. Ik beweer overigens niet, dat politici, juristen en economen niet logisch kunnen denken. Slecht beleid, slechte wetgeving en slechte rechtspraak zijn vaak het gevolg van compromissen die in ons politiek versplinterde land slechts met grote moeite tot stand komen. Als men eenmaal een compromis gevonden meent te hebben dan wordt daarop voortgeborduurd zonder dat alternatieven nog voldoende onderzocht worden. Dit leidt vaak tot tunnelvisie waar zelfs zeer intelligente mensen aan kunnen lijden zonder dat ze het zich bewust zijn. Het is in mijn visie een belangrijke taak voor de Raad van State om slechte politieke compromissen bloot te leggen en tunnelvisie te onderkennen. De vice-president moet daarom een onafhankelijk denkende relatieve buitenstaander zijn met grote analytische vermogens.
Ingaande op de functie-eisen kan ik aan het bovenstaande nog het volgende toevoegen.
a. Kandidaten moeten Nederlander zijn. Daaraan voldoe ik. Mijn burgerservicenummer is XXX. Ik geef u bij deze toestemming om mijn nationaliteit in het bevolkingsregister te controleren.
b. Brede bestuurlijke en maatschappelijke achtergrond. Ik heb aan de Technische Universiteit Delft gewerkt als onderzoeker, universitair docent, faculteitsbestuurder, en secretaris van de landelijke verkenningscommissie Chemisch Onderzoek. Ik was bij het ministerie van OCW beleidsmedewerker onderzoeksbeleid, toekomstverkenner, hoofd informatie en analyse en beleidsonderzoek. Ik heb Nederland vertegenwoordigd in het bestuur van het Europees Universitair instituut, en heb problemen tussen Vlaanderen en Nederland over de wederzijdse grensoverschrijdende onderwijsdeelname opgelost. Daarnaast heb ik diverse nevenfuncties vervuld als organist in tien kerkelijke gemeenten, koorbegeleider bij 6 koren, ouderling in de gereformeerde kerk in Zoetermeer en in Ommen, gastheer op het natuurinformatiecentrum Ommen en beheer ik de website van de historische kring Ommen.
c. Brede en diepgaande kennis van vraagstukken op het gebied van recht, wetgeving, bestuur en politiek. In mijn columns op internet heb ik daar uitvoerig blijk van gegeven.
d. Affiniteit met rechtspraak. Ik ben zeer belezen over gerechtelijke dwalingen en fouten die door het Openbaar Ministerie gemaakt worden.
e. Goed zicht hebben op de rol van de bestuursrechter in het staatsbestel. Ik ben enige malen in aanraking gekomen met bestuursrechtelijke procedures en ik ben eens getuige geweest in een zaak tegen het ministerie van OCW en ik heb eens een fiscale zaak in cassatie gewonnen. En overigens ben ik van mening, dat herziening mogelijk moet zijn van bestuursrechtelijke uitspraken van de Raad van State, op grond van nieuwe feiten, of als wetenschappelijk aangetoond kan worden dat de Raad van State het probleem niet heeft begrepen. De benoeming van meer exacte wetenschappers in de Raad kan het risico daarop verkleinen.
f. Het vermogen buiten het kader van de eigen deskundigheid te treden. Als scheikundig ingenieur die het grootste deel van zijn carrière buiten dat vak heeft doorgebracht heb ik aangetoond die vaardigheid te bezitten.
g. Het gezag om de regering of de Staten-Generaal te adviseren met betrekking tot staatsrechtelijke aangelegenheden. Gezag moet in mijn ogen berusten op logisch afgeleide argumenten die toetsbaar zijn. Gezag dat louter berust op het feit, dat het komt van een eminente of vooraanstaande jurist, is in mijn ogen waardeloos.
h. Het vermogen als naaste adviseur van het staatshoofd op te treden. Ik ben republikeins gezind. Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed, dat u als staatshoofd te weinig door republikeinen bent geadviseerd. Mijn grootste bezwaar tegen de erfelijke monarchie is niet het ondemocratische karakter van de erfopvolging. Hoewel het principieel onjuist is, dat men een functie krijgt, omdat men in een bepaalde familie is geboren, voorkomt dit systeem veel trammelant en levert het een stabiele factor in het staatsbestel, temeer, daar het staatshoofd buiten elke discussie staat, omdat de ministers verantwoordelijk zijn. Dat het staatshoofd daarmee in feite ook overbodig is nemen velen in het land graag voor lief. Zolang dat zo is, kan ik daar mee leven.
Mijn grootste bezwaar tegen de erfelijke monarchie betreft ook niet het onvrijwillige karakter er van. Er zijn staatsrechtgeleerden die zeggen, dat een troonopvolger niet kan afzien van de troonopvolging. Hij zou eerst gekroond moeten worden, voor hij kan abdiceren. Er is echter een eenvoudige manier om aan de kroning te ontkomen: de troonopvolger hoeft slechts te trouwen zonder toestemming te vragen.
Mijn grootste bezwaar tegen de erfelijke monarchie is wel, dat een klein kind dat in een koninklijke familie word geboren van zijn of haar jeugd af geconditioneerd wordt om het normaal te vinden, dat het later koning of koningin wordt. Er wordt dus met kinderen in koninklijke families een zeer onethisch experiment uitgevoerd. Het kind wordt vanaf het begin anders dan anderen gemaakt. Vanuit biologisch oogpunt is daar weinig tegen: bij bijen en mieren gebeurt precies hetzelfde. In Nederland heeft dit systeem de laatste eeuw redelijk goede resultaten opgeleverd. Met de huidige beoogde troonopvolger is het toch maar weer gelukt om iemand klaar te stomen voor deze functie, met een uitstraling, die een groot deel van de Nederlandse samenleving voldoende overtuigt. Maar dat maakt het systeem niet ethisch verantwoord. De mens is geen bij of een mier. Een kind mag niet vanaf zijn jeugd zo geboetseerd en gemasseerd worden.
Ik meen, dat ik vanuit deze visie het staatshoofd prima kan adviseren.
i. Het gezag en de flexibiliteit om consensus te bereiken in een naar zijn aard heterogeen college. De Raad van State hoeft in mijn visie niet altijd consensus te bereiken. Een advies kan ook verschillende aspecten belichten. De illusie dat er altijd één waarheid gevonden kan worden moet niet koste wat het kost gewekt worden. Eerlijkheid over uiteenlopende visies staat voor mij hoger dan een kunstmatig bereikt compromis.
j. Moet in staat zijn het college als boegbeeld naar buiten toe te vertegenwoordigen. Met enige mediatraining moet ik daar zeker toe in staat zijn. Ik zal echter nooit in het openbaar om de feiten heen draaien. Ik zeg ja of nee, of ik zeg ‘hier kan ik geen ja of nee op zeggen, want dit ligt ingewikkelder’.
k. Moet beschikken over de kwaliteiten om leiding te geven aan een organisatie van meer dan 700 personen. Aan zo’n organisatie kan niemand leiding geven. Dat is een fictie. Die organisatie bestaat uit kleinere eenheden waar de feitelijke leiding op collegiaal niveau plaatsvindt. Het leiding geven aan de top van de organisatie bestaat voornamelijk in het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en impliciete sturing.
Tenslotte: ik ben niet van plan meer dan 1 à 2 dagen in Den Haag te zijn. Ik ga er van uit dat de functie in hoge mate door thuiswerken via internet kan worden vervuld. Over huisvesting hoeft u zich geen zorgen te maken. Mijn woning in Ommen is ruim genoeg, en de hypotheek daarop is bijna afgelost. Een eersteklas treinabonnement is voldoende. Over het salaris staat in de advertentie niets vermeld. De Balkenendenorm is voor mij geen doel. In het Curriculum Vitae doe ik een voorstel. Ik ga er van uit, dat wij daar wel uit zullen komen.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Ir. Frans Dijkstra
Curriculum Vitae
1. Personalia.
Geboren 25 oktober 1946 te Dokkum, gehuwd op 29 oktober 1970, vader van twee dochters en grootvader van twee kleinkinderen.
Vorige woonplaatsen: Dokkum (1946-1949), Coevorden (1949-1953), Ulrum (1953-1957), Wormerveer (1957-1960), Den Haag (1960-1970), Maassluis (1970-1986), Zoetermeer (1986-2008).
2. Opleiding
1952-1953 Privé les van mijn vader te Coevorden met als doel mij de eerste klas te laten overslaan.
1953-1958 Lagere school te Ulrum en Wormerveer.
1958-1962 MULO-scholen te Wormerveer en Den Haag
1962-1964 HBS-opleiding aan het Christelijk Lyceum de Populier te Den Haag
1964-1970 Scheikundige technologie aan de Technische Universiteit te Delft
1970-1976 Promotie onderzoek, afgesloten met promotie op 23 juni 1976. Het proefschrift is via deze link te vinden: http://www.fransdijkstra.nl/prfschr.htm
3. Loopbaan
1970-1979 Wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft, waarin drie perioden te onderscheiden zijn:
1970-1976 onderzoek en onderwijs,
1976-1978 bestuurlijke activiteiten,
1978-1979 secretariaat Verkenningscommissie Chemisch Onderzoek
1979-2007 Beleidsmedewerker ministerie van OCW, waarin de volgende perioden te onderscheiden zijn:
1979-1984 Beleidsmedewerker Onderzoekbeleid en financiële planning, met o.a. het secretariaat van de commissie disciplineplanning, waarin ik de rechterhand van hoofddirecteur Boudewijn Okkerse was
1984-1989 Coördinator Toekomstverkenning Hoger Onderwijs o.l.v. directeur-generaal Roel in ’t Veld.
1989-1991 Hoofd afdeling Evaluatie en Informatie Wetenschappelijk onderwijs
1991-1992 Hoofd afdeling Evaluatie en Informatie Wetenschappelijk Onderwijs en Academische Ziekenhuizen
1992-2003 Hoofd afdeling Analyse Wetenschappelijk Onderwijs
2003-2007 Hoofd afdeling Analyse, Monitoring en Evaluatie Hoger Onderwijs
2001-2006 lid van de Raad van Bestuur van het Europees Universitair Instituut (6 dagen per jaar, tijdens het Nederlandse voorzitterschap in 2005 12 dagen)
Op 31 december 2007 ben ik met FPU gegaan. Activiteiten sindsdien:
2008-2009: actieve bijdrage aan de steungroep Lucia de B. Brieven aan politici.
2008 – heden: gastheer op het Natuurinformatiecentrum Ommen (24 dagdelen/ jaar)
2008 – heden: website beheerder Historische Kring Ommen (20 dagdelen/jaar)
2008 – heden: organist in de gereformeerde kerk en hervormde kerk te Ommen (30 diensten/jaar)
2009 – 2011: klimaatonderzoek, wat heeft geresulteerd in één wetenschappelijke publicatie (ingezonden naar International Journal Climate Change) en vele bijdragen aan blogdebatten
2009 – heden: ouderling in de gereformeerde kerk te Ommen
4. Salaris
Ik heb gedurende mijn hele loopbaan het principe gehuldigd, dat ik nooit om een salarisverhoging vraag. Ik vraag ook nooit om een bonus of een gratificatie. Deze dingen moeten anderen mij geven zonder dat ik er om hoef te vragen. Dat geldt ook voor de functie waar ik nu naar solliciteer. Ter informatie moge dienen: mijn laatste salaris bij OCW bedroeg bruto € XXXX per maand in december 2007. Daar zijn sindsdien door de CAO-afspraken enige procenten bij gekomen. Ik zou het passend vinden, als ik ingeschaald zou worden op een niveau dat een of twee periodieken ligt boven mijn laatst genoten salaris plus CAO-verhogingen. Ik krijg thans netto € YYYY pensioen per maand. Dat mag wat mij betreft worden afgetrokken van het netto salaris in deze functie.
5. Referenties
- Premier Mark Rutte. Van 2004 – 2006 heb ik hem vele malen ondersteund bij analytische vraagstukken over het hoger onderwijs. Kennis in Kaart is de meest spraakmakende publicatie die daaruit voortkwam (2005, 2006, 2007). Ik heb enige toespraken voor hem geschreven en andere publieke optredens voorbereid.
- Minister Uri Rosenthal. Ik heb hem in 2005 ingewerkt als nieuw tweede lid van de Raad van Bestuur van het Europees Universitair Instituut te Florence.
- Fractieleider voor de Partij van de Arbeid in de 2e kamer, Job Cohen. In 1992 heb ik samen met de directeur van de VSNU de compromissen uitgewerkt die hij sloot over het informatiebeleid in het hoger onderwijs. Ik heb enkele toespraken voor hem geschreven.