Zuid-Afrika
26
juni - 13 juli 2003
Frans en Lineke Dijkstra
Je staat er in Nederland niet zo bij stil, maar eind juni is het in
Zuid-Afrika hartje winter. We stegen ´s avonds op vanaf een bijna tropisch Schiphol
en na een lange nacht in de lucht arriveerden wij bij een temperatuur van 1
graad Celsius in Johannesburg. Overigens viel dat winterweer verder wel mee. 's
Ochtends kon het wel koud zijn, vooral tijdens de safari's, maar
dagtemperaturen van 18 of 20 graden waren heel normaal. Onze gids, die ons de
hele verdere reis begeleidde was Hennie van der Merwe, een docent
cultuurgeschiedenis, die een paar jaar geleden het academische bestaan aan de
universiteit van Stellenbosch verruild heeft voor de toeristenbranche. Hij
vertelde veel van de geschiedenis van dit prachtige land met zijn
onvoorstelbare tegenstellingen.
Het werd daardoor een reis met veel geschiedenis, maar het landschap en de
dieren kwamen ook ruimschoots aan bod. Deze webpagina geeft een greep uit onze
impressies met een bescheiden fotoalbum van de reis.
Vrijdag 27 juni 2003. We waren gewaarschuwd voor criminaliteit. Vertrouw niemand! Laat je nooit helpen bij het pinnen. Ik vond mezelf geen al te grote domoor maar toch kregen de plaatselijke crimineeltjes binnen een uur na de landing in Johannesburg mijn pinpas in handen, terwijl ik aan het pinnen was. Gelukkig heb ik mijn pincode niet getoond, en ik had ook het telefoonnummer van de Postbank paraat met alle pasnummers, zodat ik binnen 10 minuten de pas kon laten blokkeren, waardoor de schade beperkt bleef tot 5 Euro voor een nieuwe pas.

Deze
eerste dag drukte ons direct met de neus op de aangrijpende geschiedenis van
het land. De Gedenkplaat in het Soweto-museum (foto hierboven) herinnert aan
Hector Peterson en alle andere jonge mensen die hun leven gaven in de strijd
voor vrijheid, vrede en democratie.
In Soweto ligt de enige straat op de wereld waar twee Nobelprijswinnaars
wonen: oud-president Mandela en bischop Tutu.
Het huis van Mandela (foto links) is bescheiden, zoals bij deze grote man
hoort. We waren hier wel aan de beter gesitueerde rand van Soweto. In de zwarte
woonwijken kom je niet als toerist, je ziet ze alleen vanuit de bus. De foto
rechts geeft maar een heel beperkte indruk van onafzienbare troosteloosheid die
van de meeste townships afstraalt.

Grote
monumenten, daar zijn de blanke Afrikanen sterk in! Op de foto links zien
we het Voortrekkersmonument bij
Pretoria, een grote marmeren kubus van 40 bij 40 bij 40 meter, waar de leiders
van de Grote Trek geëerd worden. Mijn eerste uitroep bij binnenkomst was: ‘Net
het Pantheon in Rome!’ Als je binnen omhoog kijkt zie je net als in Rome een
enorme koepel met een gat in het centrum. Dat gat is hier zo berekend, dat op
16 december de zon door dit gat precies op een gedenksteen schijnt ter
gelegenheid van de Slag bij de Bloedrivier van 16 december 1838, waarin de
Boeren zegevierden.
Het monument vertelt de geschiedenis van het land door de bril van de blanke Zuid-Afrikaan van rond 1940. Voorstellingen in steen uitgehouwen en grote borduurwerken met taferelen over de strijd van de dappere trekkers met hun ossenwagens tegen de overvallen van de Zoeloes en Bosjesmannen. In het boek ‘Die reise van Isobella’ van Elsa Joubert wordt de bouw van monument beschreven. Zij schets een beeld van de massahysterie en het nationalisme dat vergelijkingen oproept met wat in dezelfde tijd in Duitsland gebeurde.
In Pretoria is het huis waar Paul Kruger woonde, de kerk die hij bezocht, en natuurlijk een standbeeld (foto rechts) van de president van de vrije republiek Oranje Vrijstaat, die in 1903 werd ingelijfd in de eenheidsstaat van Zuid-Afrika. Paul Kruger werd met een Nederlands oorlogsschip naar Europa gebracht, waar hij in ballingsschap stierf.

Zaterdag 28 juni 2003. De tweede dag
bracht ons veel natuurschoon rond de Blyderiver Canyon. De lange rit erheen
ging langs plaatsen met oer-Nederlandse namen, zoals Middelburg en Lijdenburg.
Natuurformaties met fantasienamen, zoals de drie rondavels (foto links) of de
spoelgaten: enorme ronde gaten, die door de rivier in de rotsboden zijn
uitgesleten. Voor de biologen was daar bovendien een mooi natuurpad waar
korstmossen in hun verschillende verschijningsvormen werden getoond (foto
rechts). Maar het was wel oppassen voor bloedneuzen en blauwe ogen!
Zondag 29 juni 2003.
We werden om kwart voor vijf gewekt. “Lekker vroeg”, schreef Hennie enthousiast in het draaiboek van de reis. “Lekker koud!” had hij er aan toe kunnen voegen. In open jeeps, met dunne dekens als enige bescherming tegen wind en regen, reden we bij zonsopgang het Paul Krugerpark in. Na een kwartier zagen we de eerste zebra’s, toen een giraf op 2 kilometer afstand, daarna de eerste van de vele honderden impala’s die we die dag in het oog zouden krijgen. En koedoes en apen. Een wild zwijn stak vlak voor ons de weg over (foto links). Apen krioelden rond de auto tot ze er van de gids met een zweep van langs kregen.
En toen was er halverwege de ochtend koffie, die je vrij kon tappen, maar waar wel een prijskaartje aan hing. Maar zuinige Hollanders als we zijn, vergaten velen de prijs af te rekenen. Aan het eind van ochtend was er een picknick waarbij de apen minstens even veel belangstelling toonden voor de door de gids meegebracht etenswaren. ’s Middags zagen we olifanten, buffels, krokodillen, schildpadden, witte reigers en een heel grote kudde nijlpaarden.
Alleen de roofdieren kwamen er wat bekaaid van af. We hadden één ontmoeting met een cheeta, waarvan er maar 200 zijn in dit park dat half zo groot is als Nederland, dus dat was een aardige gelukstreffer. Maar daar bleef het bij. Leeuwen en tijgers lieten zich aan ons niet zien.
Als een goede boekhouder hield ik van elke diersoort bij wanneer we er één zagen, en van welke afstand ongeveer. Klik hier voor de volledige lijst van de dieren van deze dag.
Maandag
30 juni 2003. Aan de oostkant van de republiek Zuid-Afrika ligt het
onafhankelijke koninkrijk Swaziland. Ze hebben een echte grens met grenswachten
die de hele dag stempels afgeven, in een tempo van minstens 10 per minuut.
Verder schijnt het hun weinig uit te maken wie er binnenkomt en wat hij
meebrengt. De koning van Swaziland is voornamelijk geïnteresseerd in zijn
privé-vliegtuigen en in zijn vrouwen waarvan hij ieder regeringsjaar er eentje
bijneemt. Hij heeft er nu negen en is verloofd met de tiende, maar dit is nog
niets bij zijn vader, die 60 vrouwen had en 500 kinderen. Toch wel leuk, zo’n
koningshuis! Daar kunnen die Oranjes van ons niet aan tippen. Democratie vindt
de koning van Swaziland een goede staatsvorm, maar niet voor zijn land. Hoelang
zal hij dit nog volhouden?
In het niemandsland tussen Zuid-Afrika en Swaziland ligt het traditionele
Afrikaans cultuurdorp Matsamo, waar we werden rondgeleid en les kregen in de
verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen ga naar links, mannen ga naar
rechts,
heb respect voor je grootmoeder, en als een man vijf jaar in Nigeria gaat
werken, moet hij er daar geen vrouw bijnemen, en zijn thuisblijvende vrouw moet
er geen minnaar bijnemen.
De foto linksboven toont de ingang tot woning van de moeder van het stamhoofd.
Dat is de grootste autoriteit in het dorp.
De Matsamo Cultural Group zong na afloop traditionele Afrikaanse liederen met
veel kleur en beweging. Ze zullen het me vast niet kwalijk nemen, dat ik een
klein fragment van hun CD op deze website openbaar maak om de sfeer te proeven.
Klik op deze link (545 kB). Wie
meer wil horen, moet maar proberen de CD in Matsamo te bestellen.
De aanloop naar de hoofdstad Mbabane gaf de indruk van een totaal ander land dan Zuid-Afrika, zeer eenvoudig en met simpele huizen en hutten. Mbabane zelf ziet er uit als een metropool met hoge kantoorgebouwen en drukke straten. We bezochten de curiosamarkt even buiten de stad waar we voor 250 Rand een fraai duobeeldje van zwart hout kochten.
Dinsdag 1 juli 2003.

Een
vegetarisch ontbijt en een lange busrit door het platteland markeerden ons
afscheid van Swaziland. Een enorme steppe met hier en daar nederzettingen. Elke
boerderij bestaat uit 3 rechthoekige schuren en één ronde hut op een
rechthoekig terrein van twintig bij dertig meter met een hek er omheen, dit
alles op helemaal kale grond, zonder bestrating, zonder gras. Zulke boerderijen
liggen er elke paar honderd meter, kilometers ver.
Terug in Zuid-Afrika was ons doel het Hluhluwe Nationaal Park. Weer een safari in open jeeps en weer veel antilopen, zebra’s en giraffes. Ook de dikhuiden lieten zich zien: neushoorns en olifanten. En de familie baviaan stak rustig de weg over (foto rechtsboven).
Bij het invallen van de duisternis werden we beschenen door een fraai sikkelmaantje, twee dagen na nieuwe maan. Eigenaardig op dit zuidelijk halfrond is, dat de maan aan de andere kant van de zon staat dan wij noorderlingen gewend zijn. De zon gaat vanuit het noorden naar het westen onder en het jonge maansikkeltje komt daar achteraan.
’s Avonds voor het diner was er een fraaie sterrenhemel. Voor het eerst zagen we het Zuiderkruis en de flonkerende maar ons geheel onbekende sterrenhemel van het zuidelijk halfrond.
Woensdag 2 juli 2003.

Een lange busrit (alweer!) bracht ons naar
Durban, een heel andere gezicht van Zuid-Afrika! Een wereldstad in grootste
stijl aan een subtropisch strand met hoge hotels en een luxueuze boulevard. We
werden twee uur losgelaten om langs de glimmende permanente kermisattracties
aan het strand te flaneren. Na een half uur hadden wij dat wel gezien, en
gingen op zoek naar een boekwinkel om een sterrengids van het zuidelijk
halfrond te kopen. Dat lukte niet.
Na de lunch werden we opnieuw losgelaten, nu in de Indische markt. Altijd een wat genante aangelegenheid op zo’n reis: je wordt daar met 35 mensen op een markt afgestuurd, die als bezienswaardigheid geldt. Maar de vele handelaren hebben alleen maar ten doel om dingen te verkopen en zoveel nieuwe bezoekers wekken verwachtingen. Maar als vliegtuigtoerist moet je een beetje bedacht zijn op het gewicht van je koffers, dus je koopt vrijwel niets. Geen snuisterijen dus, geen beeldjes, geen tapijten, ook geen schaakspelen (hoewel er prachtige exemplaren te krijgen waren) en ook het Mother in Law Extermination Powder hebben we maar laten liggen. We moeten de mannen van onze dochters niet op een idee brengen!
De laatste stop van de dag bracht ons bij de waterval van Howick, met een verval van 95 meter. Na aankomst in het Sandford Park Resort was er weer een prachtige sterrenhemel met maansikkel.
Donderdag 3 juli 2003.
Vandaag stond een consult bij een Zoeloe medicijnman op het programma. Volgens reisleider Hennie kon dat niet op afspraak, maar alleen op de bonnefooi. Maar we waren welkom, en één van de reisgenoten kreeg zelfs een poeder voorgeschreven voor een pijnlijke knie. Ondertussen bekeken we de woonomstandigheden van deze gegoede Zoeloefamilie. De conclusie was: ‘ze hebben alles, TV, koelkast, radio, vaste telefoon, mobiele telefoon’.
Nadat dit toeristische gegluur gingen we weer de natuur in. Via de
Oliviershoekpas, het kadaverrestaurant (waar de plaatselijke boeren hun dode
dieren in de open lucht deponeren voor de aasvogels) ging het door
naar het Golden Gate Park waar de snelle
bergwandelaars in het gezelschap de Holkrans route liepen, onder een grote
tafelberg met interessante spelonken.
Door de vlakten van Oranje Vrijstaat met hun verre uitzichten ging het aan het eind van de middag naar Kroonstad, waar de slaaptrein naar Port Elisabeth op ons wachtte.
Wij genoten van de luxe van een tweepersoons coupé. Vanwege zakkenrollers en insluipers werd geadviseerd om ´s avonds en ´s nachts de coupé alleen te verlaten als er iemand anders wakker was, die de wacht kon houden. Daar hielden we ons aan, en zo ging de kleine criminaliteit aan ons voorbij.
Vrijdag 4 juli 2003.
Sommige
reisgezelschappen zijn heel machtig! Het onze bijvoorbeeld. Onze gids Hennie
had bedacht, dat de trein vlak bij het Addo Elephant Park langsreed, en daarom
had hij bewerkt, dat de trein een extra stop maakte in Paterson, zodat ons
gezelschap daar al kon uitstappen, en niet eerst hoefde door te rijden naar
Port Elisabeth om dan met een bus terug te rijden naar de olifanten.
Zo werden we na een koude nacht in de trein om acht uur op een afgelegen perron in Paterson met koffers en al afgeladen en met de bus rechtstreeks naar het olifantenpark gebracht. Het was koud en het motregende en we gingen er weer in open jeeps op uit. Maar het was de ontberingen ruimschoots waard. We kwamen een olifantenfamilie met vijf leden op het spoor, die we geruime tijd konden volgen en meer dan een kwartier bij een drinkplaats konden observeren.
Een korte busrit bracht ons daarna naar Port Elisabeth, een grote stad, waarvan we maar weinig zagen omdat ons hotel buiten de stad aan het strand lag.
Zaterdag 5 juli 2003.
Na een kleine stadtour door het oude
centrum van Port Elisabeth (foto links) volgden we de tuinroute langs de
zuidkust van Zuid-Afrika. We deden zo ongeveer alles, wat we ook gedaan zouden
hebben als we met onze eigen auto zo´n route hadden gevolgd: een kunstige brug
over een ravijn met fraai uitzicht op de constructie, een dikke boom van 800
jaar oud bij Oost-Geelhoed, de monding van de Stormrivier waar een wiebelende
hangbrug overheen gaat, het uitzicht over de Plettenbergbaai, wat in onze herinnering
de mooiste baai is, die we ooit zagen, mooier dan de vorige recordhouder, de
baai van Sorento in Italie, een korte cruise over de baai van Knysna met een
korte excursie naar het Featherbed natuurreservaat waar men zeepaardjes fokt,
en tenslotte een wandeling door Knysna, langs fraaie winkelpanden, waarvan de
meeste gesloten waren.

Zondag 6 juli 2003
Wij stootten door naar Oudshoorn, waar men struisvogels fokt. Op de toeristische struisvogelboerderij van Danie Lategan in deze plaats kan men alles met deze vogels doen, zelfs hen als rijdier gebruiken. We kregen een interessante causerie over het economisch belang van de onderdelen van deze tamelijk domme beesten. De economische waarde van het vlees, de veren en de huid verhoudt zich als 25:15:60. De lunch bestond uiteraard uit struisvogelproducten.
Daarna ging het naar de Cango Grotten, een geweldig ondergronds complex met
veel compleet doorgegroeide stalactieten en stalagmieten. Ons gezelschap kreeg
vele malen de slappe lach terwijl de gids interessante lichteffecten liet zien.
Men heeft in deze grotten zelfs een ‘orgel’ (foto
rechts).
Als organist zie ik mij natuurlijk verplicht bezwaar te maken tegen deze
branchevervreemding. Ik noem de kas van mijn orgel ook geen grot!
Het eind van de dag bracht ons in Country Lodge De Opstal, al weer een fraai complex met losstaande huisjes. Het diner bestond uit braaivlees met lam, struisvogel en snoek. Ondanks de flink gegroeide maan was weer er een fraaie sterrenhemel.
Maandag 7 juli 2003
De
dag begon met een prachtige grondmist boven het naburige dal (foto links). Een
lange rit door een steppegebied bracht ons van Oudtshoorn naar Franschhoek,
waar ooit de Hugenoten neerstreken om de Hollanders aan de Kaap het wijn maken
te leren. Dat ze daarmee ook konden ontvluchten aan hun katholieke
tegenstrevers in Frankrijk was mooi
meegenomen. Een enorm monument bij
Franschhoek herinnert aan hun komst en invloed op de Zuid-Afrikaanse cultuur
(foto rechts). De Franse taal hebben ze overigens heel snel afgeleerd.
Bij
een bezoek aan deze streek hoort natuurlijk ook het proeven van de wijn. Onder
leiding van een deskundige wijnmaster probeerden we vijf soorten, driemaal
witte, eenmaal rosé en eenmaal rode wijn.
Tenslotte zagen wij het monument voor de
Afrikaanse taal, dat in 1975 is opgericht ter herinnering aan de oprichters van
het genootschap van ware Afrikaanders, honderd jaar eerder. Wij zagen al
eerder, bij het Voortrekkersmonument bij Pretoria, dat de Afrikaanders wel houden
van pompeuze monumenten, waarin een stukje van hun geschiedenis wordt
verheerlijkt, maar dit monument is waarschijnlijk toch wel uniek op de wereld.
Wat is er zo bijzonder aan het Afrikaans, vraagt je je af, behalve dat het erg
leuk is, dat je als Nederlander zo ver van huis een taal tegenkomt die je
gewoon verstaat? Een dergelijk monument voor het Fries of voor het Vlaams in
Europa lijkt moeilijk denkbaar. Maar blijkbaar is voor de Zuid-Afrikaanders de
taal zozeer met hun dramatische geschiedenis verweven, eerst tegen de Engelsen,
en later tegen de hele wereld in hun poging om hun apartheidspolitiek te
handhaven, dat ze er een monument van dit formaat voor neerzetten.
De symboliek van het kunstwerk is goed doordacht. De Afrikaanse taal wordt hier voorgesteld door een enorme haaietand-achtige piek, die oprijst boven een paar andere pieken, die het Engels en enkele talen van zwarte volken voorstellen. In de schaduw van dit alles staat een bescheiden piek, die de republiek van Zuid-Afrika voorstelt, die in het kielzog van deze talen oprijst. Tja, zo kun je de geschiedenis inderdaad voorstellen, als je wilt. Maar voor een ververwijderd neefje van het Nederlands, dat door drie miljoen mensen gesproken wordt, lijkt ons dit wel een heel grote broek om aan te trekken!
Dinsdag 8 juli 2003.
Ons
vertrek werd twintig minuten vertraagd doordat één van de medereizigers niet
was gewekt. Het eerste bezoek van de dag gold het dorp Stellenbosch, de tweede
nederzetting van Zuid-Afrika, na Kaapstad. Een mooie plaats met veel laat
negentiende-eeuwse gevels en een heel mooie kerk op een centraal boomrijk
plein, die helaas gesloten was. Ook een heel fraai dorpsmuseum, dat wel open
was. Hier ziet men huizen ingericht volgens de stijl van 1690, 1750, 1810 en
1870.
Na Stellenbosch ging het op Kaapstad
af, dat we eerst nog even lieten liggen om de pinguïnkolonie bij Simonsstad te
bezoeken (foto links). Hier leven inderdaad pinguïns, niet zo groot als in het
Zuidpoolgebied, maar ze zijn wel heel echt.
Na de pinguïns gingen we naar Kaap de Goede Hoop, het meest zuidwestelijke puntje van het Afrikaanse continent. Hier staan volgens vrijwel alle reisgidsen twee naambordjes, met ‘Kaap de Goede Hoop’ en ‘Cape of Good Hope’. Bij onze aankomst bleek echter, dat het Afrikaanse deel is overgeschilderd met de Engelse tekst. De strijd voor de Afrikaanse taal is dus toch nog niet gestreden!
De apen waren hier zeer opdringerig. Met borden wordt gewaarschuwd ze niet te voeren, want als ze daar éénmaal aan gewend zijn, dan moeten ze afgeschoten worden. Eén van onze reisgenotes werd door een aap aangevallen die er met haar tas vandoor wilde gaan. Het kostte haar grote moeite om de tas vast te houden. Bij aankomst in Kaapstad was het te laat geworden voor de Tafelberg. Het hek ging juist dicht toen onze bus de weg naar de kabelbaan inreed. Voorlopig onverricht terzake gingen we naar ons hotel, vlak bij de boulevard van Kaapstad.
Woensdag 9 juli 2003.
De
tweede poging om de Tafelberg te bestijgen mislukte omdat de berg gesloten was
vanwege de harde wind. Onze gids Hennie zei als troost, dat het uitzicht boven
op de berg niet veel meer is dan wat we vanaf de ingang van de kabelbaan konden
zien. Tja, waarom is er dan zo’n kabelbaan, vroegen we ons af.
De botanische tuin in Kirstenbosch was wel geopend, maar was in dit winterseizoen niet zo kleurig. Wel waren er fraaie strelicia’s (foto rechts).
Hierna doken we weer in de recente geschiedenis van het land met een boottocht naar Robbeneiland, naar de gevangenis waar de tegenstanders van de apartheid werden vastgehouden. Voormalige gevangenen leiden tegenwoordig de toeristen rond en vertellen hun verhaal. We zagen cellen, waar de veroordeelden – vaak levenslang – met 80 tegelijk werden vastgehouden. Nu staan er nog 24 bedden, om ruimte te maken voor de toeristen (foto links onder). We zagen isoleercellen waar gevangenen alleen waren opgesloten. We zagen de cel waar Nelson Mandela 16 jaar heeft gezeten (foto rechts onder). Eén ding zagen we niet, dat je in Oost-Europa in de KGB-musea wel altijd ziet: we zagen geen martelkamers. Zijn die er niet geweest? Beperkte het apartheidsregiem zich tot het opsluiten en isoleren van tegenstanders? Of worden hier nog dingen toegedekt, in de naam van het nieuwe Zuid-Afrika?
Na
terugkomst in Kaapstad wees onze gids Hennie ons de weg in het Waterfront, een
nieuw en luxueus winkelcentrum aan de havenkant van de stad. We zouden er deze
dagen nog meerdere keren terugkomen, omdat dit het levendigste centrum van
Kaapstad is. Veel andere punten in het centrum zijn vooral ’s avonds een dooie
boel.

Donderdag 10 juli 2003.
Een stadswandeling door Kaapstad onder
deskundige leiding van onze onvolprezen Hennie werd een beetje bedreigd door
regen en wind. Dat leverde wel spectaculaire regenbogen op, maar maakt de
paraplu’s ook erg nodig. Maar onder het goedkeurend oog van de Tafelberg (foto
rechtsboven) ging alles goed.
We stonden op de plek waar Van Riebeek in
1652 het anker heeft uitgegooid, we liepen over de contouren van het eerste
fort en bezochten het latere fort dat er nog staat (foto linksboven ). We
bezochten de tuin (foto onder) die de VOC heeft aangelegd om de schepen in
Kaapstad de gelegenheid te geven verse groenten en fruit in te slaan. Van al
die fruitbomen is er nog één aanwezig: een stokoude perenboom.
’s Middags werden we vrij losgelaten op Kaapstad. Ieder deed het zijne, kocht boeken, platen, bezocht terrasjes enzovoorts. Wij bekeken het Afrikaans Museum, met een bijzonder mooie natuurhistorische expositie van hoge kwaliteit. Enorme skeletten van walvissen, opgezette haaien enzovoorts. ’s Avonds nam ons reisgezelschap afscheid met een eerste klas diner in ‘The five flies’ in de Keerom Straat. Dat is echt een adres om te onthouden!

Vrijdag 11 juli 2003.
Na een korte transfer naar ons volgende hotel – Parker Cottage, een kleinschalig pension dat niet zo lang geleden de Kaapstadse pensionprijs heeft gewonnen, waarvan foto’s en oorkondes in de ontvangsthal getuigen – ging de dag grotendeels op aan genealogisch onderzoek. In het Cape Town Archive zochten wij naar sporen van Van der Schelde’s die hier in de achttiende eeuw geleefd hebben. Dat leverde maar liefst 16 documenten op, die lieten zien, dat Anna Elisabeth van der Schelde (1736 – 1819) en Maria van der Schelde (1733 – 1803) welgestelde weduwen zijn geweest, met vier tot zes slaven, voor wie ze goed hebben gezorgd. In de testamenten van de beide dames staat, dat hun slaven na hun dood niet verkocht mochten worden maar moesten overgaan naar hun kinderen.
Onze jacht naar boeken (biografie van Marieke de Klerk) en CD’s met boerenliedjes verliep tamelijk moeizaam. Maar na veel gezoek vonden we een CD met Sarie Marais er op (klik hier voor een demo, 1,2 megabyte).
Zaterdag 12 juli 2003.
De zon scheen de hele dag en het
werd rustige winterdag met een zacht windje. We besloten al snel de Tafelberg
te bezoeken. Driemaal is scheepsrecht, nietwaar?
Een babbelende taxichauffeur bracht ons naar de voet van de berg, en met de kabelbaan (‘zweeftrein’ noemt men dat hier) waren we snel op de top. Een overweldigend uitzicht (foto links). Interessant was ook het geluid van de stad zo ver onder ons. Het kwam op ons over als een monotoon gebrom, waarin soms de afzonderlijke geluiden van claxons, remmende en optrekkende auto’s te herkennen zijn.
We wandelden een kort rondje van 40 minuten op de top van de berg, het best begaanbare stuk. Voor wie grotere bergwandelingen wil maken, zijn er hier legio mogelijkheden. Men kan zo ongeveer tot aan Kaap de Goede Hoop doorwandelen.
Na
koffie met een moorkop daalden wij weer af en namen een taxi naar het
Waterfront, waar we niet alleen lekker lunchten met een seafoods salad met
Grieks boerenbrood, maar ook het zeeaquarium bezochten, dat heel bijzonder is.
Sommige aquaria beslaan drie verdiepingen in het gebouw, waar de haaien
rusteloos rondzwemmen, temidden van vele prooidieren, waar ze nooit eens flink
naar happen. Na een bezoek aan het maritiem museum, dat tegenviel, trokken we
ons terug in onze hotelkamer. Een poging om ’s avonds in de buurt een leuk
restaurant te vinden liep er op uit, dat we al snel weer een taxi namen naar
het Waterfront. De taxichauffeur moest wel eerst zijn vrouw en kinderen uit de
auto zetten, die daar zaten te schuilen voor de kou van deze winteravond. Tja,
dat laat je dan ook maar gebeuren als rijke toerist; voor ons taxiritje staan
een vrouw en vier kinderen twintig minuten in de kou!

Zondag
12 juli 2003
We bezochten de kerkdienst in de Grote Kerk van Kaapstad, een mooi historisch gebouw, dat onze gids Hennie ons al eerder had gewezen. Een bijzonderheid was, dat de organist een half uur voor de dienst improviseerde op het grote orgel in deze kerk, én dat een derde van de kerkgangers Nederlanders waren, van een reisgezelschap van Beter Uit, die het westen van Zuid-Afrika gingen bekijken.
Daarna namen we afscheid van Kaapstad met
enkele stadswandelingen, waarbij het opviel, dat er hier op zondagochtend in
het centrum van Kaapstad vrijwel niets te doen is. Het fort was wel open (foto
links), maar men schonk geen druppel. We kwamen tenslotte voor een
gecombineerde koffie en lunch uit bij een Mac Donald-achtig restaurant, waar we
tweemaal zoveel kregen als we dachten besteld te hebben. We kunnen onmogelijk
per persoon acht kippenpoten op en grote twee zakken frites en daarom namen we
de helft maar mee in plastic zakken en gaven het op het stadhuisplein aan een
dakloze familie die daar in een hoop afval leefde.
´s Middags wandelden wij in vol zonlicht naar de westelijke boulevard aan de kant van de Atlantische Oceaan. Een fraaie vuurtoren (foto linksboven) is daar een van de meest opmerkelijke punten.
´s Avonds bezochten we nogmaals The Five Flies, voor ons persoonlijke afscheidsdiner van Kaapstad. Dit is echt een topklasse restaurant, waar men voor 15 euro een driegangendiner krijgt met alle bijbehorende bijlagen en toelichtingen van de deskundige obers. Kom daar eens om in Europa!
Maandag 13 juli 2003.
De enige rimpel op ons vertrek uit Kaapstad was, dat de bestelde transfer naar de luchthaven bijna een uur op zich liet wachten. Maar dat was minder erg dan het leek, want het vliegveld Kaapstad ligt vrij dicht bij de stad en het is helemaal niet druk. Binnen twintig minuten na aankomst zaten we al voor de gate te lunchen. De retourvlucht duurde, inclusief tussenstop in Johannesburg 14 uur. Na dit laatste bewijs van uithoudingsvermogen geleverd te hebben, stapten we dinsdagochtend om zes uur op Schiphol uit.
Zuid-Afrika!
“De wereld in één land” was de titel van de reis, zoals hij door het reisbureau wordt aangeprezen en daar zit heel veel in. Bijna alles, wat de wereld te bieden heeft, is in dit land te vinden: bergen, vlakten, hitte, kou, steppen, oerwoud, woestijnen, rivieren, oceanen, bijna alle wilde dieren, walvissen, zeerobben, pinguïns. En wat de cultuur betreft: wolkenkrabbers op zijn Amerikaans en de krottenwijken van een ontwikkelingsland liggen soms maar een paar kilometer uit elkaar.
Het is een land met contrasten. De rijke blanke koloniale cultuur bestaat naast de culturen van de zwarte volkeren. En die blanke cultuur is een mengeling van Hollandse en Engelse invloeden. Sporen van de vele spanningen die het naast elkaar bestaan van die culturen in de geschiedenis heeft opgeroepen kom je in dit land overal tegen. Een land met een geschiedenis die zijn eindpunt zeker nog niet heeft bereikt. Een land om snel weer eens terug te komen!